Eten, drinken, ademen en praten lijken vanzelf te gaan, maar dat is niet voor ieder kind zo. Sommige kinderen hebben moeite met drinken of eten, ademen vooral door de mond of ontwikkelen gewoonten zoals duimen of verkeerd slikken. Ook bij baby’s kan de ontwikkeling van deze vaardigheden extra ondersteuning nodig hebben. Logopedie kan helpen om deze basisvaardigheden stap voor stap te versterken, zodat een kind zich gezond en zelfverzekerd kan ontwikkelen.
Afwijkende mondgewoonten
Afwijkende mondgewoonten zijn gewoonten of bewegingen van de mond en tong die invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van het gebit, het spreken en de gezondheid. Voorbeelden hiervan zijn mondademen, afwijkend slikken, duim- of vingerzuigen, langdurig speengebruik en bepaalde gewoonten met de lippen of tong.
Normaal gesproken ademen mensen in rust door de neus met gesloten lippen. Soms wordt tijdelijk meer door de mond geademd, bijvoorbeeld bij verkoudheid of allergie. Wanneer mondademen een gewoonte wordt terwijl de neus weer goed doorgankelijk is, kan dit invloed hebben op de werking van de mondspieren en de houding van de tong en lippen.
Afwijkende mondgewoonten kunnen gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het gebit en het spreken. Zo kan een verkeerde tongpositie tijdens het slikken of spreken druk geven op de tanden, waardoor deze scheef kunnen groeien. Ook kan het spreken minder duidelijk worden, bijvoorbeeld door slissen. Daarnaast kunnen langdurig duim- of vingerzuigen of speengebruik de vorm van het gebit en het gehemelte beïnvloeden.
Het zuigen op een duim, vinger of speen is normaal bij jonge baby’s en peuters. Wanneer deze gewoonte langer blijft bestaan, kan dit echter invloed hebben op de ontwikkeling van de mond en het gebit. Vroege signalering en begeleiding kunnen helpen om problemen te voorkomen of te verminderen.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de mondmotoriek en kijkt naar de ademhaling, slikfunctie, tong- en lippositie en het spreken. Samen met ouders en kind wordt bekeken welke mondgewoonten aanwezig zijn en welke invloed deze hebben op de ontwikkeling.
De behandeling richt zich op het aanleren van een goede mondhouding, neusademhaling en een juiste manier van slikken en spreken. Er worden gerichte oefeningen gedaan om de spieren van de lippen, tong en kaak te versterken en om nieuwe, gezonde gewoonten aan te leren.
Daarnaast begeleidt de logopedist ouders en kind bij het afleren van gewoonten zoals duimzuigen of langdurig speengebruik. De behandeling wordt afgestemd op de leeftijd en ontwikkeling van het kind en vindt vaak spelenderwijs plaats.
Het doel van de begeleiding is een gezonde mondfunctie, een goede spraakontwikkeling en een gunstige ontwikkeling van het gebit.
Eet- en drinkproblemen bij kinderen
Eet- en drinkproblemen bij kinderen kunnen ontstaan wanneer het kind moeite heeft met zuigen, afhappen, kauwen of slikken. Dit kan te maken hebben met een verminderde controle over de spieren in en rond de mond, een vertraagde ontwikkeling van vaardigheden of een medische aandoening. Sommige kinderen verslikken zich regelmatig, spugen veel of hebben moeite om voldoende te eten en drinken. Ook kan een kind voeding weigeren of angst ontwikkelen rondom eten.
In sommige situaties krijgt een kind tijdelijk sondevoeding. Hierbij wordt voeding via een slangetje in de maag gegeven, bijvoorbeeld wanneer een kind niet veilig kan slikken, onvoldoende voeding binnenkrijgt of te weinig energie heeft om zelf te eten en drinken. Sondevoeding kan nodig zijn bij te vroeg geboren kinderen, bij kinderen met een neurologische aandoening of wanneer er andere medische problemen zijn.
Wanneer een kind langere tijd moeite heeft met eten en drinken, kan dit invloed hebben op de groei, de ontwikkeling en het plezier in eten. Ook kan de ontwikkeling van de mondmotoriek en later de spraak beïnvloed worden, omdat dezelfde spieren worden gebruikt bij eten, drinken en spreken.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt hoe een kind eet en drinkt en kijkt naar de houding, de mondmotoriek en de veiligheid van het slikken. Daarbij wordt gelet op de samenwerking van de spieren in en rond de mond, de gevoeligheid in het mondgebied en het verloop van de maaltijd.
De behandeling richt zich op het verbeteren van de vaardigheden die nodig zijn om veilig en ontspannen te eten en drinken. Er kan gewerkt worden aan zuigen, kauwen, slikken en het wennen aan verschillende structuren van voeding. Ook kan aandacht worden besteed aan het verminderen van spanning of gevoeligheid in de mond.
Daarnaast begeleidt de logopedist ouders en verzorgers bij het aanbieden van voeding, bijvoorbeeld door advies te geven over houding, tempo, structuur van voeding en geschikte hulpmiddelen, zoals aangepaste bekers of lepels. Wanneer een kind sondevoeding krijgt, wordt waar mogelijk gewerkt aan het stimuleren van de mondmotoriek en het ontwikkelen van eet- en drinkvaardigheden.
De logopedist werkt vaak samen met andere zorgverleners, zoals een kinderarts, diëtist of fysiotherapeut. Het doel van de begeleiding is dat het kind zo veilig, comfortabel en zelfstandig mogelijk kan eten en drinken en zich verder kan ontwikkelen.
Preverbale logopedie
Preverbale logopedie richt zich op jonge kinderen, meestal baby’s en peuters, die problemen hebben met drinken, eten, slikken of de vroege ontwikkeling van communicatie. Deze vaardigheden ontwikkelen zich al vanaf de geboorte en vormen een belangrijke basis voor de latere spraak- en taalontwikkeling.
Soms verloopt deze ontwikkeling niet vanzelf. Een baby of jong kind kan bijvoorbeeld moeite hebben met drinken uit de borst of fles, moeite hebben met het leren eten van vaste voeding of zich regelmatig verslikken. Ook kan een kind weinig geluidjes maken, moeite hebben met contact maken of minder reageren op communicatie dan verwacht voor de leeftijd.
De oorzaken kunnen verschillend zijn. Denk bijvoorbeeld aan vroeggeboorte, medische of neurologische aandoeningen, problemen met de mondmotoriek of een vertraagde ontwikkeling. Ook bij onbegrepen voedingsproblemen of zorgen over de communicatieontwikkeling kan preverbale logopedie helpend zijn.
Vroege signalering en begeleiding zijn belangrijk, omdat drinken, eten en communiceren nauw met elkaar samenhangen. Een goede ontwikkeling van deze vaardigheden draagt bij aan groei, gezondheid en het leren contact maken met anderen.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt hoe het kind drinkt, eet, slikt en communiceert. Daarbij wordt gekeken naar de houding van het kind, de samenwerking van de spieren in en rond de mond en de manier waarop het kind reageert op prikkels en contact. Ook wordt beoordeeld of het eten en drinken veilig verloopt.
Tijdens de behandeling krijgen ouders uitleg en praktische adviezen over het voeden, eten en stimuleren van de communicatie. Er kan bijvoorbeeld gewerkt worden aan het verbeteren van de mondmotoriek, het opbouwen van eet- en drinkvaardigheden of het stimuleren van contact en interactie.
De begeleiding is vaak praktisch en afgestemd op de dagelijkse situatie van het gezin. Ouders spelen een belangrijke rol in de behandeling en worden stap voor stap ondersteund in het toepassen van adviezen thuis.
De logopedist werkt waar nodig samen met andere zorgverleners, zoals een kinderarts, consultatiebureau, diëtist of fysiotherapeut. Het doel van de begeleiding is dat het kind zich zo veilig, ontspannen en optimaal mogelijk kan ontwikkelen in drinken, eten en communiceren.
OMFT (Orofaciale Myofunctionele Therapie)
OMFT (Orofaciale Myofunctionele Therapie) richt zich op het verbeteren van de functie van de spieren in en rond de mond. Deze spieren spelen een belangrijke rol bij ademhalen, slikken, spreken en de ontwikkeling van het gebit.
Soms ontstaan er gewoonten of patronen die de werking van deze spieren verstoren. Voorbeelden hiervan zijn mondademen, een open mondhouding, verkeerd slikken (bijvoorbeeld met de tong tegen of tussen de tanden), een lage tongpositie, duimen of langdurig speengebruik. Deze gewoonten kunnen invloed hebben op de stand van tanden en kaken, de groei van het gezicht, de spraak en de manier van ademen.
Wanneer deze patronen langere tijd blijven bestaan, kunnen ze zichzelf in stand houden. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot slissen, onduidelijke uitspraak, vermoeidheid van de mondspieren of een afwijkende gebitsontwikkeling. Ook kunnen klachten ontstaan zoals een droge mond, vaak verkouden zijn of moeite met neusademen.
Vroege herkenning en behandeling zijn belangrijk, omdat een goede samenwerking van lippen, tong en kaak bijdraagt aan een gezonde ontwikkeling van mondfuncties en het gebit.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt hoe de spieren in en rond de mond functioneren en kijkt naar ademhaling, slikken, mondhouding en spraak. Daarbij wordt beoordeeld hoe de tong in rust ligt, hoe iemand slikt en of er sprake is van mond- of neusademen.
Wanneer er sprake is van afwijkend mondgedrag wordt samen met de cliënt en ouders een behandelplan opgesteld. Tijdens de behandeling leert de cliënt stap voor stap om de spieren van lippen, tong en kaak op een juiste en functionele manier te gebruiken.
Er wordt bijvoorbeeld gewerkt aan:
- een goede tongrustpositie
- een juiste manier van slikken
- een gesloten mondhouding met neusademhaling
- het versterken van de lip- en tongspieren
- het afleren van gewoonten zoals duimen of langdurig speengebruik
OMFT wordt vaak toegepast bij kinderen, maar kan ook bij jongeren en volwassenen effectief zijn. De logopedist werkt waar nodig samen met andere zorgverleners, zoals een tandarts, orthodontist, KNO-arts of fysiotherapeut.
Het doel van de behandeling is dat de mondspieren weer op een natuurlijke en evenwichtige manier functioneren, zodat ademhalen, slikken en spreken zo goed mogelijk verlopen en de ontwikkeling van het gebit optimaal ondersteund wordt.
Aangesloten bij