Wanneer spreken, begrijpen, slikken of communiceren minder vanzelf gaat door een aandoening of ontwikkelingsstoornis, kan dat veel impact hebben op het dagelijks leven. Logopedie biedt ondersteuning bij het behouden en versterken van communicatievaardigheden en helpt mensen en hun omgeving om hiermee om te gaan.
Afasie
Afasie is een taalstoornis die ontstaat door hersenletsel, meestal in de linker hersenhelft. Dit hersenletsel wordt vaak veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door bijvoorbeeld een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening van de hersenen. Afasie komt vooral voor bij volwassenen en ouderen, maar kan ook op jongere leeftijd ontstaan.
Mensen met afasie hebben problemen met het begrijpen en gebruiken van taal. Dit kan invloed hebben op spreken, luisteren, lezen en schrijven. De ernst en de aard van de problemen verschillen per persoon.
Iemand met afasie kan bijvoorbeeld moeite hebben om woorden te vinden, zinnen te maken of gesprekken te volgen. Ook kan het lastig zijn om gesproken taal goed te begrijpen, vooral wanneer informatie snel wordt gegeven of wanneer zinnen ingewikkeld zijn. Hierdoor kunnen misverstanden ontstaan en kan communiceren meer inspanning kosten.
Naast problemen met spreken en begrijpen kunnen ook lezen en schrijven moeilijker worden. Het lezen van berichten, formulieren of ondertiteling kan bijvoorbeeld lastig zijn, net als het schrijven van een boodschap of het invullen van formulieren. Dit kan invloed hebben op het dagelijks functioneren en de zelfstandigheid.
Het herstel na afasie verloopt vaak geleidelijk en verschilt per persoon. In de eerste maanden na het ontstaan van het hersenletsel wordt meestal de grootste vooruitgang gezien, maar ook daarna kan verdere verbetering mogelijk zijn met gerichte begeleiding en oefening.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de taal- en communicatievaardigheden en kijkt hoe de afasie het dagelijks functioneren beïnvloedt. De resultaten worden besproken met de cliënt en de naasten, zodat duidelijk wordt welke ondersteuning nodig is.
De behandeling richt zich op het verbeteren van het begrijpen en gebruiken van taal en op het ondersteunen van communicatie in het dagelijks leven. Er kan bijvoorbeeld gewerkt worden aan woordvinding, zinsopbouw, lezen en schrijven, maar ook aan het inzetten van andere manieren van communiceren wanneer spreken lastig is.
Daarnaast begeleidt de logopedist de partner, familie en andere betrokkenen in het omgaan met afasie. Zij krijgen praktische adviezen over hoe communicatie zo duidelijk en prettig mogelijk kan verlopen.
Wanneer nodig kan de logopedist adviseren over het gebruik van communicatiehulpmiddelen, zoals ondersteunende apps, communicatiekaarten of andere hulpmiddelen.
Logopedische behandeling kan plaatsvinden in de thuissituatie, in de eerstelijnszorg, tijdens revalidatie of binnen een zorginstelling. Wanneer iemand langdurige zorg ontvangt binnen de Wet langdurige zorg (WLZ), maakt logopedie onderdeel uit van deze zorg.
Ziekte van Parkinson
De ziekte van Parkinson is een neurologische aandoening waarbij de aansturing van bewegingen geleidelijk verandert. De meest bekende verschijnselen zijn trillen (tremor), spierstijfheid en traagheid in bewegen. De ziekte heeft een progressief verloop, wat betekent dat klachten in de loop van de tijd kunnen toenemen. Parkinson komt vooral voor bij volwassenen en ouderen.
Naast problemen met bewegen kunnen ook spreken, slikken en mimiek veranderen. De stem kan zachter worden en het spreken kan minder duidelijk of minder gevarieerd klinken. Het tempo van spreken kan wisselen en soms versnellen, waardoor de verstaanbaarheid afneemt. Ook kan de mimiek minder zichtbaar worden, waardoor emoties minder goed te herkennen zijn voor de omgeving. Deze veranderingen kunnen invloed hebben op de communicatie en het contact met anderen.
Daarnaast kunnen er problemen ontstaan bij eten en drinken. Het kauwen kan minder krachtig worden en slikken kan moeilijker verlopen. Hierdoor kan iemand zich vaker verslikken, vooral bij drinken. Ook kan speeksel zich ophopen in de mond, wat kan leiden tot speekselverlies. Deze klachten kunnen invloed hebben op veiligheid, gezondheid en kwaliteit van leven.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt hoe de ziekte van Parkinson invloed heeft op spreken, stemgebruik, ademhaling, slikken en communicatie. Samen met de cliënt en eventueel de naasten wordt besproken welke klachten het meest op de voorgrond staan en welke ondersteuning nodig is.
De behandeling richt zich vaak op het verbeteren of behouden van verstaanbaarheid en communicatie. Er kan gewerkt worden aan stemkracht, duidelijk spreken, ademhaling en het tempo van spreken. Ook kan aandacht worden besteed aan het veilig en comfortabel eten en drinken.
Daarnaast geeft de logopedist praktische adviezen aan de cliënt en de omgeving over hoe communicatie en maaltijden zo goed mogelijk kunnen verlopen. Wanneer nodig kan de logopedist adviseren over hulpmiddelen, zoals aangepaste drink- of eetmaterialen of ondersteunende communicatiemiddelen.
Het doel van de begeleiding is dat iemand met de ziekte van Parkinson zo lang mogelijk zelfstandig en veilig kan communiceren, eten en deelnemen aan het dagelijks leven.
Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS)
Amyotrofische Laterale Sclerose (ALS) is een ernstige neurologische aandoening waarbij de zenuwcellen die de spieren aansturen geleidelijk beschadigd raken. Hierdoor worden de spieren steeds zwakker en kunnen bewegingen moeilijker worden uitgevoerd. De ziekte heeft een progressief verloop, wat betekent dat de klachten in de loop van de tijd toenemen. ALS is op dit moment niet te genezen.
De eerste klachten kunnen verschillen per persoon. Soms begint de spierzwakte in een hand of arm, waardoor fijne handelingen zoals schrijven of knoopjes dichtmaken moeilijker worden. In andere gevallen begint de ziekte in een been, waardoor lopen of traplopen lastiger wordt. Wanneer vooral de spieren van de mond, tong en keel worden aangetast, spreken we van een bulbaire vorm van ALS. Dan ontstaan er vaak problemen met spreken, slikken en kauwen. In een later stadium kunnen ook ademhalingsproblemen optreden.
Hoewel de spierkracht afneemt, blijven het denken en de zintuigen zoals horen, zien en voelen meestal intact. De veranderingen in spreken, eten en drinken en communicatie kunnen echter een grote invloed hebben op het dagelijks leven en de zelfstandigheid.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt hoe de ziekte van invloed is op spreken, stemgebruik, slikken, ademhaling en communicatie. Samen met de cliënt en de naasten wordt besproken welke problemen spelen en welke ondersteuning nodig is in de verschillende fasen van de ziekte.
De begeleiding richt zich op het zo lang mogelijk behouden van verstaanbaarheid en veilige communicatie. Er kan gewerkt worden aan het optimaal gebruiken van de aanwezige mogelijkheden van stem en spraak, maar ook aan het vinden van alternatieve manieren van communiceren wanneer spreken moeilijker wordt.
Daarnaast geeft de logopedist adviezen over veilig eten en drinken en het omgaan met slikproblemen. Wanneer nodig wordt tijdig gekeken naar passende hulpmiddelen, zoals aangepaste communicatiehulpmiddelen of ondersteunende technologie.
De logopedist werkt vaak samen met andere zorgverleners, zoals een arts, ergotherapeut, diëtist of verpleegkundige, binnen een multidisciplinair team. Het doel van de begeleiding is om de communicatie, veiligheid en kwaliteit van leven zo goed mogelijk te ondersteunen gedurende het verloop van de ziekte.
Autisme en communicatie
Autisme is een ontwikkelingsstoornis waarbij de verwerking van informatie en de manier van communiceren anders kan verlopen. Kinderen en volwassenen met autisme kunnen moeite hebben met sociale interactie en communicatie. Hoe dit zich uit, verschilt sterk per persoon.
Sommige kinderen of volwassenen praten weinig of ontwikkelen taal later, terwijl anderen goed kunnen praten maar moeite hebben met het begrijpen van taal, het voeren van gesprekken of het inschatten van sociale situaties. Het kan bijvoorbeeld lastig zijn om oogcontact te maken, beurt te nemen in een gesprek, emoties en bedoelingen van anderen te herkennen of figuurlijke taal te begrijpen. Ook kan het voorkomen dat iemand taal heel letterlijk opvat of moeite heeft om taal aan te passen aan verschillende situaties.
Deze verschillen in communicatie kunnen invloed hebben op contact met anderen, het functioneren op school of werk en deelname aan sociale activiteiten. Met passende ondersteuning kunnen veel mensen met autisme hun communicatieve vaardigheden verder ontwikkelen.
Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt hoe iemand communiceert en taal gebruikt in het dagelijks leven. Daarbij wordt gekeken naar taalbegrip, taalgebruik, gespreksvaardigheden en sociale communicatie.
De behandeling richt zich op het versterken van communicatieve vaardigheden op een manier die past bij de mogelijkheden en behoeften van de cliënt. Er kan bijvoorbeeld gewerkt worden aan het voeren van gesprekken, het begrijpen van sociale situaties, het duidelijk uiten van gedachten en gevoelens of het gebruiken van ondersteunende communicatie.
De begeleiding is vaak praktisch en gestructureerd en sluit aan bij de dagelijkse situaties van de cliënt. Ouders, partners, leerkrachten of andere betrokkenen krijgen adviezen over hoe zij de communicatie kunnen ondersteunen.
Het doel van de behandeling is dat iemand met autisme zich zo duidelijk mogelijk kan uitdrukken, anderen beter kan begrijpen en met meer vertrouwen kan deelnemen aan het dagelijks leven.
Aangesloten bij